|
20 februari 2012 - Per 1 januari 2012 is een tweetal belangrijke wijzigingen in de vakantiewetgeving ingevoerd. Ten eerste is een vervaltermijn van zes maanden opgenomen om te stimuleren dat een werknemer tijdig en met regelmaat vakantie opneemt. Daarnaast bouwen zieke werknemers nu onbeperkt vakantierechten op, in plaats van alleen over de laatste 6 maanden van ziekte.
Wettelijke vakantiedagen: vervaltermijn van zes maanden Vóór 1 januari 2012 gold alleen een verjaringstermijn van vijf jaar voor opgebouwde vakantiedagen. De nieuwe wet regelt dat werknemers hun wettelijke vakantiedagen binnen anderhalf jaar moeten opnemen. Het wettelijke vakantieverlof is te berekenen door de wekelijkse arbeidsduur met vier te vermenigvuldigen. Iemand die vijf dagen per week werkt, heeft dus twintig wettelijke vakantiedagen per jaar. Niet opgenomen wettelijke vakantiedagen vervallen een half jaar na het einde van het kalenderjaar waarin deze vakantierechten zijn opgebouwd. In de wet wordt de mogelijkheid geboden om deze termijn in de cao te verlengen. Dat is tot heden in meeste cao’s (nog) niet gelukt.
Bovenwettelijke (extra) vakantiedagen: verjaringstermijn van vijf jaar De vervaltermijn van zes maanden geldt alleen voor de wettelijke vakantiedagen. In de cao of arbeidsovereenkomst kunnen bovenwettelijke (extra) vakantiedagen worden afgesproken. Deze bovenwettelijke vakantiedagen vallen buiten de nieuwe vakantiewetgeving. Voor deze dagen blijft de verjaringstermijn van vijf jaar gelden. De verjaringstermijn van vijf jaar blijft ook gelden voor de oude wettelijke vakantierechten die opgebouwd zijn vóór 1 januari 2012.
Vakantie en ziekte Vóór 1 januari 2012 werden vakantierechten slechts opgebouwd over de laatste zes maanden van de ziekteperiode. In de nieuwe wetgeving gaat de vakantieopbouw voor het wettelijk deel onbeperkt door tijdens ziekte. Naast de opbouw is in de wet een wijziging opgenomen met betrekking tot het opnemen van vakantie tijdens ziekte. Ook de zieke werknemer heeft recht (en ook de plicht) om vakantie op te nemen. Dat kan in het kader van de recuperatiefunctie bijvoorbeeld nodig zijn om uit te rusten van de re-integratie. Voorheen lag het aan een afspraak tussen werkgever en werknemer hoeveel vakantiedagen er werden afgeschreven. In de nieuwe wet is geregeld dat de opgenomen vakantiedagen tijdens ziekte dan wel re-integratie volledig worden afgeschreven. Dit kan alleen anders zijn als de werknemer, bijvoorbeeld door toedoen van de werkgever, of wegens zijn (ernstige) ziekte niet in staat is geweest de vakantiedagen op te nemen.
Uitzondering De vervaltermijn van zes maanden geldt niet voor werknemers die redelijkerwijs niet in staat zijn geweest (bijvoorbeeld zoals hierboven aangegeven door toedoen van de werkgever, of door zijn ziekte) vakantie op te nemen. In de nieuwe wet is verder niet expliciet geregeld wanneer hiervan sprake is. Mocht hier sprake van zijn dan geldt (alleen) de verjaringstermijn van vijf jaar. Er is verder ook geen uitzondering op deze vervaltermijn voor werkneemsters met zwangerschaps-verlof opgenomen. Zwangerschap is niet benoemd als situatie waarin de werkneemster redelijkerwijs niet in staat is geweest om haar wettelijke vakantiedagen op te nemen. Wie met zwangerschapsverlof gaat, doet er goed aan de opgebouwde dagen snel daarna op te nemen om te voorkomen dat ze vervallen.
Administratie De FBZ adviseert de leden van haar beroepsverenigingen, maar ook werkgevers om een goede verlofadministratie bij te houden. Te beginnen met het vaststellen van het vakantieuren(dagen)saldo (wettelijk en bovenwettelijk) van de werknemer per 31 december 2011.
Tussen 2012 en 2017 gelden er namelijk drie soorten regimes ten aanzien van vakantiedagen:
- Voor de dagen opgebouwd vóór 2012 geldt een verjaringstermijn van vijf jaar.
- Voor het wettelijk minimum aantal vakantiedagen geldt vanaf 2012 een vervaltermijn van zes maanden, tenzij de werknemer (bijvoorbeeld door ziekte) niet in staat is geweest deze dagen op te nemen in welk geval de verjaringstermijn van 5 jaar blijft gelden. In de cao kunnen hierover andere afspraken zijn gemaakt.
- Voor de bovenwettelijke vakantiedagen geldt de verjaringstermijn van vijf jaar.
De vakantiedagen(uren)regeling in enige (grote) cao’s Cao Ziekenhuizen en Cao Gehandicaptenzorg In deze twee cao’s zijn ingaande 2012 de 22 uur bovenwettelijke vakantieuren geheel overgeheveld naar het PLB-budget (Ziekenhuizen), dan wel het PBL-budget (Gehandicaptenzorg). Deze budgetten kennen geen verjarings- en geen vervaltermijn.
Cao VVT, Cao GGZ, en Cao UMC Deze cao’s kennen naast de 144 wettelijke vakantieuren (op fulltime basis) een cohort aan bovenwettelijke vakantieuren.
Cao Onderzoekinstellingen Deze cao kent ook bovenwettelijke vakantieuren. Daarnaast is in het onderhandelingsresultaat van 1 februari 2012 bepaald dat de werkgever af kan zien van het hanteren van de vervaltermijn. |